Tips omstanders

* Blijf de persoon zien als een mens en niet als de ziekte.
* Blijf de persoon mee uitvragen naar uitstapjes of etentjes
* Stel de persoon gerust dat er niks engs zal gaan gebeuren tijdens een uitstapje of etentje.
* Vermijd termen als eet gewoon, je mag best wat dikker worden, kom op je kan het hebben, pak nog maar wat. Dit is allemaal niet helpend. De persoon zal denken dat ze zich aanstelt, dat ze van eten dik wordt, dat ze gedwongen wordt te eten, enzovoort
* Dwing nooit
*Wees eerlijk. Benoem hoe jij er bij voelt, wat je ziet dat de eetstoornis met de persoon doet, benoem je onmacht, je boosheid of andere gevoelens. Maar zorg hierbij ervoor dat dit gericht is naar de eetstoornis, en niet naar de persoon zelf.
* Blijf de leuke dingen doen, heb het over dagelijkse zaken; praat niet steeds over de eetstoornis. Zo voelt de patient zich ook weer even gewoon mens.
* Steun de persoon in het helpen van zoeken naar hulp, bied een luisterend oor, oordeel niet. Maar wordt niet de therapeut, maar blijf wie je bent, in de rol die je hebt.
*Ga niet als politieagent staan kijken naar wat er gegeten. Je kan wel stimuleren om nog wat te nemen en geruststellen in dat het eten goed is voor je gezondheid en er niks engs gaat gebeuren. Je kan ook enge dingen samen doen en laten zien dat het goed komt.
* Vermijd termen als wat moet jij veel eten, dat krijg ik echt niet op, snap niet je het weg krijgt, enzovoort. De persoon moet nou eenmaal veel eten als hij/zij in gewicht moet herstellen.