Tips hulpverleners

* Een vertrouwensband
* Niet te zakelijk in het contact, niet te afstandelijk.
* Zie de patiënt los van zijn/haar eetstoornis.
* Luister naar de patiënt en oordeel niet.
*Zorg voor veiligheid in het contact.
*Toon empathie.
* Vermijd termen als vreetbuien/snijden/kotsen. Benoem termen die minder hard aan komen, zoals eetbuien/overeten/ zelfbeschadiging/ compensatie/ purgeer gedrag.
* Benoem als je grenzen stelt aan de eetstoornis dan ook dat dit naar de eetstoornis is. Zo zal de patiënt zich niet aangevallen/ afgewezen voelen. Stel de patiënt gerust. Onthoud dat de eetstoornis van alles gebruik maak en de patiënt alles laat geloven wat er niet is.
* Vermijd termen als je ziet er voller/ dikker uit, of je moet dikker worden; dit wil je als patiënt echt niet horen, want dit bevestigt dat je dus dik wordt van eten. ( dus wat de eetstoornis je wijs maakt)
Benoem je ziet er gezonder uit/ je moet gezonder worden. Dit gaat met veel minder angst gepaard, en kan de eetstoornis minder grip op uitvoeren.
*Onthoud dat de eetstoornis een symptoom is en het geen aandachttrekkerij is.
*Onthoud dat als een patiënt eenmaal op gezond gewicht zit, de eetstoornis nog niet weg is en nog steeds zal proberen om de patiënt voor zich te winnen. Blijf dan dezelfde steun en geruststelling bieden als ervoor, en kijk hoe je dat kan gaan afbouwen.
*Respecteer grenzen van de patiënt, maar verleg de grenzen van de eetstoornis.