Stel je niet aan!

Blog; ingezonden door Janneke de wit erveringsdeskundige 2-10-19

Met een eetstoornis of een andere psychische ziekte word je niet altijd geboren. Psychische aandoeningen kunnen zich gedurende je leven ontwikkelen en een dusdanig groot onderdeel van jouw bestaan worden, dat het niet meer leefbaar is.

Als er in je jeugd iets heftigs gebeurt, te denken aan bijvoorbeeld het overlijden van een naaste of de echtscheiding van je ouders, kan dit een grote impact op de rest van je leven hebben. Kinderen kunnen namelijk moeilijk woorden geven aan dingen die gebeuren en interpreteren de wereld emotioneel op hun eigen manier.

Zo komt het vaak voor dat kinderen denken dat zij het schuld zijn dat hun ouders scheiden: ‘Als ik liever was geweest, waren papa en mama nog bij elkaar geweest.’. Het kind ontwikkelt zo een verkeerd beeld van zichzelf en kan dit op zijn of haar hele leven projecteren. Het gaat zichzelf door een gekleurde bril zien en krijgt dus een vertekend (lees: negatief) zelfbeeld.

Ook kan er, als de ouders zich in een heftig rouwproces bevinden, voorbij gegaan worden aan de emoties van een kind. Hierbij is niemand ‘schuldig’, maar dit gebeurt gewoon. Als je zelf aan het rouwen bent, ben je namelijk niet in staat om iemand anders, in dit geval een kind, de aandacht te geven die het nodig heeft. Dit kan ervoor zorgen dat het kind zichzelf gaat wegcijferen en zich verantwoordelijk gaat voelen voor (één van) de ouders. Zij hebben namelijk al genoeg verdriet en kunnen gezeur van het kind er niet bij hebben, althans, dat denkt het kind.

In zulke situaties kan er onbedoeld voorbij gegaan worden aan de basisbehoeften van een kind of er kan niet adequaat op de behoeften ingespeeld worden. Deze basisbehoeften kunnen bijvoorbeeld zijn: Veiligheid en verbondenheid, zelfexpressie, spontaniteit en spel, realistische grenzen en autonomie, competentie & identiteitsgevoel.

Als er in je leven veel heftige dingen gebeuren of gebeurd zijn, kan het stukje spontaniteit en spel bijvoorbeeld missen. Spontaniteit en spel houdt is dat er ruimte is voor je emoties en dat deze ook erkent en op een voor jou juiste manier ondersteund worden.

Zelf had ik als kind bijvoorbeeld heel veel behoefte aan geruststelling als ik in paniek was. Mijn omgeving kon soms echter niet adequaat inspelen op mijn emoties, omdat ze op dat moment zelf veel verdriet hadden, waardoor mijn paniek bleef bestaan en ik mijn emotie ‘paniek’ niet serieus nam.

Dit breidde zich sterk uit naar andere emoties, totdat ik mezelf niet meer serieus kon nemen. In de puberteit had ik de nodige problemen, maar ik praatte er liever niet over, want ‘dit viel wel mee’ en ‘anderen hadden het erger’. Ik wilde anderen niet met mijn problemen belasten en praatte mezelf aan dat ik me aanstelde. Zo leek het naar de buitenwereld toe alsof alles prima ging, maar van binnen voelde ik me steeds slechter.

Dat het niet goed met me ging, kwam in stressvolle situaties, zoals bij een eindexamen duidelijk naar voren. Ik had enorme faalangst en deed niks anders dan huilen.

In mijn omgeving vonden ze mijn emotionele uitbarsting overdreven, ik kreeg niet de geruststelling en troost die ik nodig had en bagatelliseerde mijn emoties. Alweer.

Pas sinds in bij mijn nieuwe psychologe ben, die werkt met schematherapie, ben ik teruggegaan naar mijn kindertijd. Wie was ik als klein meisje? Waar had ik behoefte aan gehad op momenten dat ik in paniek was?

Bij haar leerde ik dat dit meisje nog steeds onderdeel van mij is en dat ik haar zelf gerust kan stellen als dat nodig is. Samen gingen we op zoek naar wat ik nodig had op paniekmomenten: Een warm dekentje voor een veilig gevoel en een kop warme thee bijvoorbeeld.

Dankzij mijn psychologe weet ik nu dat het meisje in mij een heel gekwetst meisje is. Naar dit kleine meisje durf ik inmiddels te luisteren als ze in paniek is of geraakt wordt door een situatie, want ik weet dat ze zich niet aanstelt, maar troost, liefde en warmte nodig heeft.

Oordeel dus nooit te snel over de situatie van andere mensen, want jij weet nooitwat iemand van binnen voelt. Respecteer de emoties en gevoelens van de ander, want het is niet aan jou om te zeggen dat iemand zich aanstelt.